Berekening van de steekproefgrootte: één gemiddelde
| Opdracht: | Steekproefgrootte |
|---|
Berekent de vereiste steekproefgrootte voor de vergelijking van een steekproefgemiddelde met een gegeven waarde. De steekproefgrootte houdt rekening met het vereiste significantieniveau en de power van de toets (zie Berekening van de steekproefgrootte: inleiding).
Vereiste invoer
- Type I-fout - alfa: de kans op het maken van een type I-fout (
α -niveau, tweezijdig), d.w.z. de kans om de nulhypothese te verwerpen terwijl die in werkelijkheid waar is. - Type II-fout - bèta: de kans op het maken van een type II-fout (
β -niveau), d.w.z. de kans om de nulhypothese te aanvaarden terwijl die in werkelijkheid onwaar is. - Gemiddelde: het veronderstelde gemiddelde (dat als biologisch significant verschillend van de nulhypothesewaarde wordt beschouwd).
- Standaarddeviatie: de veronderstelde standaarddeviatie (bekend uit eerdere studies of uit de literatuur).
- Nulhypothesewaarde: de nulhypothesewaarde.
Voorbeeld
In het voorbeeld beschouw je een waarde van minstens 60 als significant verschillend van de nulhypothesewaarde 50. Op basis van een eerdere studie verwacht je dat de standaarddeviatie van de steekproef 14 is.
Voor het
Nadat je op Berekenen hebt geklikt, toont het programma de vereiste steekproefgrootte, die in het voorbeeld 18 bedraagt.
De tabel toont de vereiste steekproefgrootte voor verschillende niveaus van type I- en type II-fouten.
Literatuur
- Machin D, Campbell MJ, Tan SB, Tan SH (2009) Sample size tables for clinical studies. 3rd ed. Chichester: Wiley-Blackwell.