Fishers exacte toets
| Opdracht: | Statistiek |
|---|
Als je een 2x2-frequentietabel hebt met kleine verwachte frequenties (wanneer het totale aantal waarnemingen kleiner is dan 20), mag je niet de chi-kwadraattoets uitvoeren, maar moet je Fishers exacte toets gebruiken.
Vereiste invoer
In het dialoogvenster Fishers exacte toets moeten twee discrete dichotome variabelen met de classificatiegegevens worden aangeduid. Classificatiegegevens kunnen numerieke of alfanumerieke (tekst)waarden zijn. Indien nodig kan je een continue variabele omzetten in een dichotome variabele met de functie IF (zie elders).
Bijvoorbeeld: in een studie met 20 patiënten, 9 vrouwen en 11 mannen, wordt het succes van een behandeling geregistreerd (1 = succesvol, 0 = geen succes). Is er een verschil tussen het succespercentage bij mannen en vrouwen?
De gegevens worden als volgt in de spreadsheet ingevoerd:
| A | B | C | |
|---|---|---|---|
| GENDER | SUCCESS | ||
| 1 | F | 0 | |
| 2 | F | 1 | |
| 3 | F | 1 | |
| 4 | F | 1 | |
| 5 | F | 1 | |
| 6 | F | 1 | |
| 7 | F | 1 | |
| 8 | F | 1 | |
| 9 | F | 1 | |
| 10 | M | 0 | |
| 11 | M | 0 | |
| 12 | M | 0 |
Het dialoogvenster voor Fishers exacte toets wordt dienovereenkomstig ingevuld.
Optie Alle percentages weergeven: zie het voorbeeld hieronder.
Klik op OK nadat je het dialoogvenster hebt ingevuld om de frequentietabel met de relevante statistieken te verkrijgen.
Classificatietabel
Het programma toont de 2x2-classificatietabel.
Classificatie X | GENDER |
|---|---|
Classificatie Y | SUCCESS |
| GENDER |
| |
|---|---|---|---|
SUCCESS | F | M |
|
| 0 | 1 | 7 | 8 (40.0%) |
| 1 | 8 | 4 | 12 (60.0%) |
| 9 | 11 | 20 |
Fishers exacte toets
P = 0.028101929 |
| Frequentiegrafiek |
Wanneer je in het dialoogvenster de optie Alle percentages weergeven selecteert, worden alle percentages in de tabel weergegeven.
Classificatie X | GENDER |
|---|---|
Classificatie Y | SUCCESS |
| GENDER |
| |
|---|---|---|---|
SUCCESS | F | M |
|
| 0 | 1 | 7 | 8 (40.0%) |
| 1 | 8 | 4 | 12 (60.0%) |
| 9 | 11 | 20 |
Fishers exacte toets
P = 0.028101929 |
| Frequentiegrafiek |
In dit voorbeeld is het getal 1 in de cel linksboven (voor classificatie X gelijk aan “F” en classificatie Y gelijk aan 0) 12,5% van het rijtotaal van 8 gevallen, 11,1% van het kolomtotaal van 9 gevallen en 5,0% van het eindtotaal van 20 gevallen.
P-waarde
Wanneer de (tweezijdige) P-waarde (de kans op het waargenomen resultaat of een extremer resultaat) kleiner is dan de gebruikelijke 0,05, is de conclusie dat er een significant verband is tussen de twee classificatiefactoren.
In het voorbeeld is P=0,028 en de conclusie is dus dat het succespercentage bij mannen en vrouwen verschilt (of dat het succespercentage verband houdt met het geslacht).
Literatuur
- Altman DG (1991) Practical statistics for medical research. London: Chapman and Hall.