Ga naar hoofdinhoud
MedCalc

Relatief risico en odds ratio

Deze procedure stelt uit de gegevens een 2x2-tabel samen en berekent het relatieve risico en de odds ratio voor de waargenomen gegevens.

Hoe gegevens invoeren in de spreadsheet

Gegevens
A1
0
 ABC
TreatmentRecurrence
101
200
310
401
501
610
700
811

Voor de berekening van het relatieve risico en de odds ratio zijn twee categorische variabelen nodig: één voor de uitkomst en één voor de groep. In het voorbeeld hebben we een variabele “Recurrence” voor de uitkomst en een variabele “Treatment” voor de groep.

De uitkomst wordt bij voorkeur gecodeerd als 0 voor negatief (de gebeurtenis die je interesseert werd niet waargenomen) en 1 voor positief (de gebeurtenis werd wel waargenomen). In het voorbeeld is het recidief van de ziekte de gebeurtenis die je interesseert: gevallen waarbij een recidief werd waargenomen, hebben code 1 en gevallen zonder recidief hebben code 0 voor de variabele “Recurrence”.

De variabele voor de groep kan vrij worden gecodeerd, maar mag niet meer dan 2 groepen definiëren. In het voorbeeld hebben gevallen uit de behandelde groep code 1 en gevallen uit de placebogroep code 0 voor de variabele “Treatment”.

Vereiste invoer

Relatief risico  odds ratio

  • Uitkomst: selecteer een dichotome variabele waarin een positieve uitkomst als 1 en een negatieve uitkomst als 0 is gecodeerd.
  • Groep: selecteer een variabele met codes die 2 groepen identificeren (bv. behandelden en controles).
  • Filter: een optionele filter om een deelverzameling van de gegevens in de analyse op te nemen.
  • Opties:
    • Relatief risico: optie om het relatieve risico te berekenen

      Optie: number needed to treat (NNT) berekenen
    • Odds ratio: optie om de odds ratio te berekenen

Resultaten

Relatief risico odds ratio

Uitkomst

Recurrence

Groep

Treatment

 

Treatment

 

Recurrence

0

1

 

0

6

22

28 (82.4%)

1

5

1

6 (17.6%)

 

11

23

34

Relatief risico & odds ratio

Blootgestelde groep:

Relatief risico

0.09565

95%-CI

0.01265 tot 0.7234

z-statistiek

2.274

Significantieniveau

P = 0.0230

NNT (baat)

2.433

95%-CI

1.544 (baat) tot 5.729 (baat)

Odds ratio

0.05455

95%-CI

0.005312 tot 0.5601

z-statistiek

2.448

Significantieniveau

P = 0.0144

Frequentietabel

De 2x2-classificatietabel.

Selectie van de blootgestelde groep

MedCalc gaat er standaard van uit dat de tweede groep (in alfanumerieke volgorde) de blootgestelde groep is. Als in je gegevens de eerste groep de blootgestelde groep is, kan je die als blootgestelde groep selecteren, en de resultaten worden dienovereenkomstig aangepast.

Relatief risico

Het programma rapporteert het relatieve risico met het 95%-betrouwbaarheidsinterval ervan (Altman 1991, Daly 1998, Sheskin 2004). Het relatieve risico is de verhouding van de proporties gevallen met een positieve uitkomst in de twee groepen. Het programma berekent ook de z-statistiek en de bijbehorende P-waarde. Als P kleiner is dan 0,05, kan worden besloten dat het relatieve risico significant verschilt van 1 en dat er in de ene groep een verhoogd risico is ten opzichte van de andere.

Number needed to treat (NNT)

Het number needed to treat (NNT) is het geschatte aantal patiënten dat met de nieuwe behandeling in plaats van met de standaardbehandeling moet worden behandeld opdat één extra patiënt er baat bij zou hebben (Altman 1998).

Een negatieve waarde voor het number needed to treat wordt het number needed to harm genoemd.

MedCalc gebruikt de terminologie die Altman (1998) voorstelt, waarbij NNT(baat) en NNT(schade) het aantal patiënten zijn dat moet worden behandeld opdat respectievelijk één extra patiënt er baat bij zou hebben of er schade door zou ondervinden.

Het 95%-betrouwbaarheidsinterval wordt berekend volgens Daly (1998) en gerapporteerd zoals voorgesteld door Altman (1998).

Odds ratio

Het programma rapporteert de odds ratio met het 95%-betrouwbaarheidsinterval ervan. MedCalc rapporteert ook de z-statistiek en de bijbehorende P-waarde. Als P kleiner is dan 0,05, kan worden besloten dat de odds ratio significant verschilt van 1 en dat de odds in de ene groep significant hoger zijn dan in de andere.

Literatuur

  • Altman DG (1991) Practical statistics for medical research. London: Chapman and Hall.
  • Altman DG (1998) Confidence intervals for the number needed to treat. British Medical Journal 317: 1309-1312. PubMed
  • Daly LE (1998) Confidence limits made easy: interval estimation using a substitution method. American Journal of Epidemiology 147: 783-790. PubMed
  • Sheskin DJ (2004) Handbook of parametric and non-parametric statistical procedures. 3rd ed. Boca Raton: Chapman & Hall /CRC.

Zie ook