Functie IM
IM(A) geeft het imaginaire deel b van het complexe getal a + bi.
Het argument A kan een reëel getal, een complex getal of een matrix zijn. Is het een matrix, dan geeft de functie een matrix met dezelfde afmetingen terug, waarbij de functie IM op alle elementen is toegepast.
Voorbeeld
IM(5+3i) geeft 3
IM(5) geeft 0.