Functie INT
Gehele-waardefunctie. INT(x) rondt het getal x naar beneden af op een geheel getal.
Het argument x kan een reëel getal of een matrix zijn. Is het een matrix, dan geeft de functie een matrix met dezelfde afmetingen terug, waarbij de functie INT op alle elementen is toegepast.
Voorbeelden
INT(5.6) is gelijk aan 5
INT(-5.6) is gelijk aan -6