Functie COS
Cosinusfunctie. COS(x) geeft de cosinus van een hoek x. Het resultaat ligt in het bereik [-1..1]. Het argument x moet in radialen worden uitgedrukt. Gebruik de functie RADIANS om graden in radialen om te zetten.
Sinus, cosinus en tangens in de eenheidscirkel
Het argument x kan een reëel getal, een complex getal of een matrix zijn. Is het een matrix, dan geeft de functie een matrix met dezelfde afmetingen terug, waarbij de functie COS op alle elementen wordt toegepast.
Voorbeelden
COS(PI()/3) is gelijk aan 0.5.
COS(RADIANS(90)) is gelijk aan 0.
COS(3.14159265) is gelijk aan -1.